Les enclos paroissiaux sont caractéristiques de l'architecture religieuse rurale de la Basse-Bretagne et datent pour la plupart des XVIe et XVIIe siècle. Ils s'expliquent par la prospérité économique de la Bretagne, liée au commerce du lin et du chanvre, à cette époque.

PropertyValue
dbpedia-owl:abstract
  • Les enclos paroissiaux sont caractéristiques de l'architecture religieuse rurale de la Basse-Bretagne et datent pour la plupart des XVIe et XVIIe siècle. Ils s'expliquent par la prospérité économique de la Bretagne, liée au commerce du lin et du chanvre, à cette époque.
  • Een enclos paroissial is de Bretonse benaming voor de christelijke godsdienstige ommuurde bouwwerken, zoals parochiekerken, kapellen, kerkhoven, ossuariums (knekelhuizen), calvaries (calvaires), (stenen kruisen) met religieuze beelden, en vele andere kerkelijke uitbeeldingsrituelen en afbeeldingen.Wat dolmens en menhirs zijn voor de Bretonse prehistorie, dat is het "enclos paroissial" voor het Bretagne van de Late Middeleeuwen en het begin van de Nieuwe tijd. Tegen het einde van de 14e eeuw begon de ongeveer 300 jaren durende bouwperiode die gekenmerkt wordt door de klokkentorens en vooral door de "enclos". Over de klokkentorens, waar de Bretons erg trots op zijn, wordt nog gesproken bij de beschrijvingen van de plaatsen Saint-Pol-de-Léon en Pleyben.De "enclos paroissial" is de meest kenmerkende en meestal ook de meest monumentale groep van gebouwen in de Bretonse steden en dorpen, vooral van Basse-Bretagne. Het is een ommuurd domein, waarin het kerkhof (tegenwoordig bijna alleen nog maar in kleine dorpen), de parochiekerk, het knekelhuis en de calvarieberg liggen. Men zou de "enclos paroissial" het best kunnen omschrijven als "het parochie-erf". Men betreedt het vooral via een triomfpoort die versierd is met religieuze reliëfs. Deze heeft haar naam te danken aan het geloof dat de overledene, door in het eeuwige leven binnen te gaan, over de dood triomfeert. Daarom moet hij via een triomfpoort de drempel naar zijn laatste rustplaats overschrijden. Deze poorten, die altijd met de grootste artistieke zorgvuldigheid zijn gemaakt, hebben in sommige gevallen, zoals in Sizun en Berven, drie doorgangen, net als de grote Romeinse triomfbogen. Op het (voormalige) kerkhof staat de calvarieberg, het kunstwerk van een beeldhouwer dat teruggaat op eenvoudige kruisen langs de weg, die van vóór de 10e eeuw dateren.In Bretagne zijn de calvaries en kruisen ruwe stenen beeltenissen, waarvan sommige onderdelen in de loop der tijden weggesleten zijn door weer en wind. Aan het kruis van Christus werden meestal de kruisen van de twee moordenaars toegevoegd. Het hoger gemaakte Christuskruis werd voorzien van zijbalken, waarop Maria en Johannes en soms ook de hoofdman Longinus en andere personen stonden. Zo ontstond het figurenkruis.In de 11e eeuw vluchtten achtervolgde dorpelingen naar zulke eenvoudige stenen wegkruisen en calvaries. Daar werden ze ingesloten door roofridders die, zolang de dorpelingen aan de kruisen stonden, hen niet mochten benaderen of molesteren. Ondanks hun duistere bedoelingen respecteerden ze toch ietwat de religieuze aspecten, wilden ze niet volledig "in de ban" geslagen worden door de Kerk.Deze doelloze ridders en soldaten kregen later de kans om zich toch nuttig te maken tijdens de Eerste Kruistocht, waartoe vooral door Paus Urbanus II opgeroepen werd. Nu hadden deze 'individuelen' een 'doel' en een 'reden' om te gaan strijden.De drie kruisen werden dan omgeven met figurengroepen, die passiescènes uitbeelden. De ontwikkeling van de calvarie eindigde ermee dat het geheel op een hoge sokkel werd gezet. Het bovenste deel daarvan bood dan weer plaats aan een fries waarop andere passiescènes stonden afgebeeld. Aan de kant van de sokkel staat vaak een altaar met het beeld van een heilige aan wie de calvarie gewijd is.Als de volmaaktste calvaries gelden die van Guimiliau, Pleyben, Plougastel-Daoulas en Tronoën.Bij de ringmuur staat het ossuarium, het knekelhuis, waarin de skeletten die wegens plaatsgebrek werden opgegraven, werden bewaard.Deze oorspronkelijke zeer eenvoudige gehouden knekelhuizen, werden vanaf ca. 1500 vaak uitgebouwd tot kapellen met schitterende gevels.In de kapel werden de doden in de nacht voor hun bijzetting opgebaard. Voor het bewaren van de skeletten diende voortaan nog slechts de zolder.Een van de meest indrukwekkende knekelhuizen is die van Saint-Thégonnec. De noordzijde van de enclos wordt ingenomen door de parochiekerk. Aan de zuidelijke ingang van de kerk is een parochievoorportaal, (porche) gebouwd. Deze voorportalen, die niet alleen aan kerken binnen een enclos zitten, dienden als een ruimte waar het kerkbestuur bijeen kwam. Bovendien werd daar bij de doop de kleine duiveluitdrijving uitgevoerd. De mooiste voorportalen zijn te vinden in het gebied van de Elorn en in het noordwesten van Basse-Bretagne, zoals in Landerneau en Saint-Thégonnec.
  • Parish close is a translation of the French term enclos paroissial. It refers to a number of locations Brittany, mainly though not exclusively in the historic diocese of Léon, corresponding roughly to the northern half of the département of Finistère, in Brittany. These feature an elaborately-decorated parish church surrounded by an entirely-walled churchyard, and date from the 16th and 17th centuries.
  • I cosiddetti enclos paroissiaux (sing. enclos paroissial, lett. “recinto parrocchiale”) rappresentano una peculiarità dell'architettura e dell'arte cristiana della Bretagna (Francia nord-occidentale), soprattutto del Finistère (Bretagna nord-occidentale) - ma non solo -, e, in particolare, della valle del fiume Élorn (in bretone: Elorn), nel tratto tra Brest e Morlaix (Finistère meridionale: si tratta di complessi parrocchiali recintati, frutto dell'opera di vari artisti (famosi e non), realizzati in granito (specie in kersantite o pierre de kersanton, lo scuro granito bretone) tra il XVI e il XVIII secolo attorno ad un cimitero e costituiti solitamente, oltre che dal recinto e dallo stesso cimitero, da un arco di trionfale (fr. porte triumphale), da una chiesa, da una cappella funeraria, da un ossario (fr. ossuaire; bretone kamel) e da un calvario (fr. calvaire; bretone kalvar)..Prendono il nome dall'enclos, ovvero dal recinto in pietra che circonda il complesso e che serviva per separare lo spazio sacro dall'esterno, vale a dire lo spazio profano o non sacro.Complessi religiosi di questo tipo sono molto numerosi in Bretagna: ne esistono una settantina soltanto nella Bassa Bretagna.Tra i complessi parrocchiali bretoni più famosi, figurano quelli di Guimiliau, di Lampaul-Guimiliau e di Saint Thégonnec nel Finistère settentrionale, di Pleyben nel Finistère meridionale e di Guéhenno nel Morbihan. Alcuni sono andati in gran parte perduti, come il complesso parrocchiale di Plougastel-Daoulas, di cui rimane solo il monumentale calvario.
  • Ein umfriedeter Pfarrbezirk (bretonisch liorzh-iliz, französisch enclos paroissial) stellt in der sakralen Kunst Europas ein einzigartiges Phänomen dar und kommt in dieser Form nur in der Bretagne vor.Ein umfriedeter Pfarrbezirk besteht aus folgenden Elementen:dem Friedhof und dessen teilweise recht hoher steinerner Einfassung,einem Triumphtor, das in den Bezirk hineinführt,einem Beinhaus (bret. karnel, frz. ossuaire),dem Kalvarienberg (bret. kalvar, frz. calvaire) undder Kirche mit einer vorgelagerten Eingangshalle.Der Pfarrbezirk stellt ein deutlich nach außen abgegrenztes Ensemble von aufeinander abgestimmten Bauten dar, deren religiöser Mittelpunkt der Calvaire ist. Durch das Triumphtor betritt man das Pfarrgelände, häufig über eine senkrecht eingelassene, nur durch einen großen Schritt zu überwindende hohe Steinplatte. Sie bietet den Toten Schutz vor Dämonen und ewiger Verdammnis und macht auch heute noch deutlich, dass man einen besonderen Ort betritt. Beinhäuser entstanden aus dem Umstand, dass die Friedhöfe räumlich sehr begrenzt waren. Wurden sie zu klein, so grub man die Gebeine der schon lange Verstorbenen aus und bewahrte sie in einem Beinhaus auf.Die Calvaires sind teils einfache, teils komplexe Monumente auf viereckigen oder runden Steinsockeln, die mit umlaufenden Figurenfriesen geschmückt sind. Darüber erhebt sich der eigentliche Kalvarienberg mit der Darstellung der Kreuzigung Christi. Unter den Kreuzen bevölkern vollplastische Figuren die Plattform. Sogar auf den Kreuzbalken stehen Figuren. Sie sind aufgrund des harten Granitsteins meist einfach gearbeitet. Ihre Mimik und die lebendige szenische Gestaltung tragen jedoch zu jener fantastischen Wirkung bei, die sie zu einer außerordentlichen Erscheinung der Renaissance-Kunst machen.Die Entstehung der Pfarrbezirke im 16. und frühen 17. Jahrhundert und ihre Konzentration im nördlichen Teil des Départements Finistère erklärt sich durch den in dieser Region damals blühenden Tuchhandel, der selbst kleinen Dörfern Wohlstand bescherte. Über die Hafenstädte Morlaix und Landerneau führten die Weber ihre Leinenstoffe aus. Im Bemühen, den erlangten Reichtum sichtbar zu dokumentieren, entbrannte unter den Dörfern ein heftiger Konkurrenzkampf um den prächtigsten Pfarrbezirk.Die Zeit der Entstehung der umfriedeten Pfarrbezirke fällt mit der Zeit der Hugenottenkriege zusammen. Im Zuge der Gegenreformation wollte die katholische Kirche ihren Macht- und Führungsanspruch bekräftigen und setzte die Prunkbauten daher auch als Propaganda- und Werbeinstrument ein.Die bedeutendsten umfriedeten Pfarrbezirke befinden sich in Argol Bodilis Commana Guimiliau Lampaul-Guimiliau La Martyre Pleyben Plougastel-Daoulas Plougonven Runan Saint-Suliac Saint-Thégonnec Sizun
  • Enclos paroissial (česky farní ohrada, farní dvorec) je architektonický prvek typický pro Bretaň. Jde o zdí obehnané kostely s triumfálním vchodem na hřbitov, kalvárií a kostnicí budované v rozmezí 14.–17. století.Farní dvorce jsou jedinečnou ukázkou bretaňského lidového sochařství a také bretaňského přístupu ke katolické víře. Byly budovány na důkaz poctivé víry v Boha a také v touze vesničanů předčit krásou budovaného sousední ves.
  • 教会囲い地または聖堂囲い地 (-きょうかいかこいち、Enclos paroissial、複数形ではenclos paroissiaux)は、フランス、ブルターニュ・バス=ブルターニュ地方の特徴的な宗教建築。そのほとんどが16世紀から17世紀の間に建設されている。この時代に亜麻および麻の貿易によってブルターニュが経済的な繁栄を迎えていたのが、その理由である。
dbpedia-owl:thumbnail
dbpedia-owl:wikiPageID
  • 292843 (xsd:integer)
dbpedia-owl:wikiPageLength
  • 11072 (xsd:integer)
dbpedia-owl:wikiPageOutDegree
  • 96 (xsd:integer)
dbpedia-owl:wikiPageRevisionID
  • 106965926 (xsd:integer)
dbpedia-owl:wikiPageWikiLink
prop-fr:wikiPageUsesTemplate
dcterms:subject
rdfs:comment
  • Les enclos paroissiaux sont caractéristiques de l'architecture religieuse rurale de la Basse-Bretagne et datent pour la plupart des XVIe et XVIIe siècle. Ils s'expliquent par la prospérité économique de la Bretagne, liée au commerce du lin et du chanvre, à cette époque.
  • Parish close is a translation of the French term enclos paroissial. It refers to a number of locations Brittany, mainly though not exclusively in the historic diocese of Léon, corresponding roughly to the northern half of the département of Finistère, in Brittany. These feature an elaborately-decorated parish church surrounded by an entirely-walled churchyard, and date from the 16th and 17th centuries.
  • Enclos paroissial (česky farní ohrada, farní dvorec) je architektonický prvek typický pro Bretaň. Jde o zdí obehnané kostely s triumfálním vchodem na hřbitov, kalvárií a kostnicí budované v rozmezí 14.–17. století.Farní dvorce jsou jedinečnou ukázkou bretaňského lidového sochařství a také bretaňského přístupu ke katolické víře. Byly budovány na důkaz poctivé víry v Boha a také v touze vesničanů předčit krásou budovaného sousední ves.
  • 教会囲い地または聖堂囲い地 (-きょうかいかこいち、Enclos paroissial、複数形ではenclos paroissiaux)は、フランス、ブルターニュ・バス=ブルターニュ地方の特徴的な宗教建築。そのほとんどが16世紀から17世紀の間に建設されている。この時代に亜麻および麻の貿易によってブルターニュが経済的な繁栄を迎えていたのが、その理由である。
  • Ein umfriedeter Pfarrbezirk (bretonisch liorzh-iliz, französisch enclos paroissial) stellt in der sakralen Kunst Europas ein einzigartiges Phänomen dar und kommt in dieser Form nur in der Bretagne vor.Ein umfriedeter Pfarrbezirk besteht aus folgenden Elementen:dem Friedhof und dessen teilweise recht hoher steinerner Einfassung,einem Triumphtor, das in den Bezirk hineinführt,einem Beinhaus (bret. karnel, frz. ossuaire),dem Kalvarienberg (bret. kalvar, frz.
  • I cosiddetti enclos paroissiaux (sing. enclos paroissial, lett.
  • Een enclos paroissial is de Bretonse benaming voor de christelijke godsdienstige ommuurde bouwwerken, zoals parochiekerken, kapellen, kerkhoven, ossuariums (knekelhuizen), calvaries (calvaires), (stenen kruisen) met religieuze beelden, en vele andere kerkelijke uitbeeldingsrituelen en afbeeldingen.Wat dolmens en menhirs zijn voor de Bretonse prehistorie, dat is het "enclos paroissial" voor het Bretagne van de Late Middeleeuwen en het begin van de Nieuwe tijd.
rdfs:label
  • Enclos paroissial
  • Complessi parrocchiali della Bretagna
  • Enclos paroissial
  • Enclos paroissial
  • Parish close
  • Umfriedeter Pfarrbezirk
  • 教会囲い地
owl:sameAs
http://www.w3.org/ns/prov#wasDerivedFrom
foaf:depiction
foaf:isPrimaryTopicOf
is dbpedia-owl:wikiPageRedirects of
is dbpedia-owl:wikiPageWikiLink of
is foaf:primaryTopic of